Verkoopaandeel plantaardige eiwitproducten

De productie en consumptie van dierlijke eiwitten hebben een grote impact op het milieu, dierenwelzijn en in bepaalde gevallen op de menselijke gezondheid, zoals te hoge consumptie van rood en bewerkt vlees. De Gezondheidsraad concludeert dat opschuiven naar een voedingspatroon met minder dierlijke eiwitten beter is voor mens, dier en milieu. De Rijksoverheid heeft de ambitie dat in 2030 50% van de eiwitconsumptie uit plantaardige eiwitten bestaat, dit is nu circa 40%. Supermarkten spelen een belangrijke rol in de verschuiving naar een meer plantaardig voedingspatroon.

Verkoopaandeel plantaardige eiwitten

SPAR: Op basis van niet-gevalideerde Eiweetberekening

Wat zijn de Eiweet methodiek en Eiweet monitor?

De meeste supermarkten berekenen het marktaandeel plantaardige versus dierlijke eiwitten volgens de Eiweet methodiek. De Eiweet methodiek biedt een geharmoniseerde methodiek op productcategorieniveau voor supermarkten om de hoeveelheid eiwitten en de verhouding tussen plantaardige en dierlijke eiwitten in hun verkopen vast te stellen en te monitoren over een tijdsperiode. Eiweet is een initiatief van de Green Protein Alliance in samenwerking met ProVeg Nederland en de Nederlandse supermarkten en heeft als doel om een accuraat beeld te krijgen van de eiwittransitie. De partijen werken samen in de Eiweet monitor om voortgang op dit thema te kunnen monitoren. Daarnaast werken zij ook aan de doorontwikkeling van de methodiek, van meten op productcategorieniveau (methode B) naar meten op productniveau (methode A).


De gezamenlijke eiwitverhouding van de deelnemende supermarkten in 2025 was 42,6% plantaardig en 57,4% dierlijk, tegenover 42,7% plantaardig en 57,3% dierlijk in 2024 en 40,9% plantaardig en 59,1% dierlijk in 2023 (Eiweet, 2026).


In 2025 lag het verkocht volumeaandeel plantaardige eiwitten van de individuele supermarkten tussen 37,4% (SPAR) en 66,2% (Ekoplaza). In de periode 2023–2025 waren de verschuivingen in het verkoopaandeel plantaardige eiwitten over het algemeen beperkt. Toch springen twee ontwikkelingen in het oog: bij Dekamarkt steeg het aandeel van 38,5% in 2023 naar 42,0% in 2025, terwijl Picnic een daling kende van 40,6% in 2023 naar 37,9% in 2025. Bij SPAR en Vomar was in 2024 een daling te zien, gevolgd door een herstel in 2025. Albert Heijn heeft ook data aangeleverd voor 2023-2025, maar heeft daarin nog niet het totale assortiment kunnen opnemen. De supermarkt heeft aangegeven dat het verkoopaandeel van plantaardige eiwitten in 2023 43,9% bedroeg op basis van 76% van het assortiment, 43,6% in 2024 op basis van 78% van het assortiment en 43,6% in 2025 op basis van 77% van het assortiment. De gegevens van Albert Heijn zijn hierdoor niet in de grafieken opgenomen omdat deze niet goed vergelijkbaar zijn met de gegevens van andere supermarkten. Nettorama en Boon hebben geen data kunnen aanleveren voor 2023-2025.


Supermarkten hebben een eigen verkoopdoelstelling op het gebied van plantaardige eiwitconsumptie, uitgedrukt in aandeel in verkocht volume, die minimaal gelijk is aan de ambitie van 50% plantaardige eiwitconsumptie van de Nederlandse overheid. Ekoplaza en Odin gaan nog een stap verder met een doelstelling van 70%. Ekoplaza had oorspronkelijk 60% als doel voor 2030, maar omdat dit al in 2024 werd behaald, is de doelstelling bijgesteld. Beide supermarkten zitten momenteel boven de 65% verkocht volume plantaardige eiwitproducten. Albert Heijn, ALDI, Dirk, Jumbo, Lidl, Picnic, PLUS en SPAR hebben een doel gesteld van 60% verkocht volumeaandeel plantaardige eiwitten in 2030. Om deze doelstelling te behalen moet de verkoop van plantaardige eiwitproducten in vijf jaar tijd nog fors stijgen. Het gat tussen de huidige prestatie en de doelstelling is voor deze supermarkten nog minimaal 15%. Nettorama, Vomar, Hoogvliet en Dekamarkt houden 50% aan als doelstelling, welke gelijk is aan de doelstelling van de Nederlandse overheid. Om deze doelstelling te behalen moet de verkoop van plantaardige eiwitproducten nog met minimaal 8% stijgen.